Afdrukken

Ik beschikte toen nog wel over een ID-kaart. Een reisdocument waarmee ik binnen Europa kan reizen. En een document wat ik ook nodig heb om, sinds de invoering van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht als Nederlands staatsburger te kunnen voldoen aan nationale identificatieverplichtingen.

In feite had ik op dat moment geen geldig identiteitsbewijs meer. Maar omdat in de reisdocumentenadministratie geregistreerd staat dat mijn ID-kaart tot 1 februari 2010 geldig zou zijn, dacht ik mij tot de datum nog wel zou kunnen behelpen met een kopie van deze ID-kaart.

Dat bleek niet mogelijk omdat ik principieel weigerde om mijn vingerafdrukken af te geven. Ik werd weggestuurd bij de afdeling Burgerzaken met de mededeling dat ik 'pech had gehad' als ik geen vingerafdrukken afstond omdat dat sinds 21 september verplicht was. Toen bleek dat ik niet kon protesteren tegen de gang van zaken omdat ik zomaar was weggestuurd.
 

Daarop bevestigde de gemeente schriftelijk dat ze mijn aanvraag niet in behandeling namen. Als reden werd toen overigens niet alleen opgegeven dat dat was vanwege het ontbreken van de vingerafdrukken maar ook omdat ik geen leges had betaald voor een aanvraag die niet behandeld werd.

De gemeente liet weten dat men de aanvraag niet buiten behandeling stelde, maar mij 4 weken de tijd gaf om alsnog mijn vingerafdrukken in te leveren. Pas daarna zou de burgemeester beslissen dat de aanvraag definitief niet behandeld werd en kon ik pas tegen die beslissing bezwaar gaan maken.

Zelfs het verstrekken van een nooddocument, teneinde de acute nood te lenigen, werd afgewezen. Zo belandde ik in een precaire situatie omdat ik als aanstaande moeder niet meer in aanmerking kwam voor reguliere ziekenzorg, mijn aanstaande baby bij de geboorte niet de naam van de haar vader zou kunnen krijgen en zelfs na de geboorte niet zou kunnen worden aangegeven bij de Burgerlijke Stand.

Ook bleef ik zo dagelijks het risico lopen op boetes of arrestatie op grond van het niet kunnen voldoen aan de ID-plicht, als een agent het vertoon van een geldig ID-bewijs van mij zou eisen.De enige 'tegemoetkoming' van deze rechter bestond uit het vonnis dat men mij niet mocht verwijten geen leges te hebben betaald voor niet verleende diensten.

Bij vijf maanden zwangerschap kon de vrucht toch  worden erkend omdat gemeenteambtenaren    niet de rol van politieagent bleken te willen spelen. Ze namen genoegen met een uittreksel uit het geboorteregister van moeder. Bij de aangifte van de baby ging het precies zo. Ook het ziekenhuis werkte mee ondanks de officiële identificatie-eis. Op grond van het feit dat ik  in de gemeente sta ingeschreven en verzekerd ben werd er een tijdelijk ponskaartje gemaakt om bloed te kunnen laten prikken.

Deze beschikking ben ik het niet mee eens. Vandaar dat ik bij de bestuursrechter beroep aanteken om mij in het gelijk te stellen dat ik op grond van hogere wetgeving dan de Paspoortwet in mijn recht sta als ik weiger mijn vingerafdrukken te laten opslaan in een digitale overheidsdatabase en het bevoegd gezag om die reden mij geen identiteitsbewijs mag weigeren te verstrekken.

Het is nu aan de rechtbank om te bepalen wanneer deze zaak dient. Of aan de politiek om de minister ertoe te bewegen de gewraakte eisen uit de Paspoortwet buiten werking te stellen of gebruik te maken van de ministeriële bevoegdheid om op grond van mijn gewetensbezwaren mij toch een paspoort/ID-kaart te verstrekken.

Daarin wordtgesteld : 5.3.3.'Eiseres heeft geweigerd vingerafdrukken af te staan. Daarmee heeft zij niet voldaan aan de formele vereisten waaraan de aanvraag van een paspoort moet voldoen. de burgemeester kon de aanvraag van eiseres zonder haar vingerafdrukken niet beoordelen. eiseres is een termijn gegund om haar aanvraag aan te vullen. De burgemeester heeft, toen bleek dat eiseres deze niet verder wenste aan te vullen, de aanvraag dan ook terecht buiten behandeling gesteld. 

De conclusie luidt: de conclusie strekt op grond van het voorgaande tot ongegrondverklaring van het beroepsschrift; kosten rechtens.

Met o.a. nieuws dat de landsadvocate als verdediging van de Paspoortwet als doelstelling het handhaven van openbare orde meldt. Een doelstelling waarvan in de  wetsgeschiedenis nimmer sprake is geweest.

Waarin zowel leden van de Eerste Kamer als van de Raad van State aangeven dat ze achteraf vaststellen het dossier over biometrie op het paspoort onvoldoende scherp getoetst te hebben. WRR-rapport iOverheid, p. 99-100 en p. 109, noot 8 en p. 174

p. 103 en noot 10: "In een enkel geval heeft de Raad in zijn advies geen of nauwelijks aandacht geschonken aan de gevolgen van een wetsvoorstel voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, terwijl daar achteraf gesproken wel aanleiding toe bestond. (...) Zie bijvoorbeeld het niet-inhoudelijke advies van 21 september 2007 over de invoering van biometrische kenmerken op het paspoort (Kamerstuknummer 31 324 (R1844), advies niet gepubliceerd (...)."

 

NB Dit hoger beroepschrift is geschreven vóór de publicatie van de brief van 19 mei van minister Donner aan de Tweede Kamer, waarin hij terugkomt op zijn toezegging op 26 april 2011 voor NU te stoppen met de opslag van vingerafdrukken in de (de)centrale databases.  Bij indiening van het Hoger Beroepsschrift is derhalve nog geen rekening gehouden met het feit dat de minister de uitvoering van zijn toezeggingen pas op termijn wil doen.

 

Op 15 november ontving ik post van de Raad van State met het verzoek te reageren op de vraag  'of met de uitspraak van het EU Hof van Justitie in de Duitse zaak Schwarz, voldoende duidelijkheid was gegeven om de prejudiciële vragen die de Raad van State aan het HvJ in te trekken'. 

Op 26 november 2013 stuurde mijn advocaat aan de Raad van State mijn reactie dat met het arrest Schwarz geen uitsluitsel was gegeven om de Nederlandse situatie op te beoordelen. 

louise